Maand: januari 2019

Uitbreiding van het leefgebied.

Na een aantal jaren waren er zoveel mensen dat men meer ruimte nodig had om te kunnen leven en de benodigde groenten en prooidieren moest hebben. Dit buiten de woonruimten om.

Er werd in onderling overleg besloten dat er een nieuw dorp moest komen een aantal kilometers verderop.

Dit was na verloop van tijd weer nodig, net zo lang tot er een cirkel van dorpen was ontstaan en er in het centrum iets van een stad ging ontstaan.

Dit alles zonder ook maar enige planning.

In de stad werden de dingen ondergebracht die geen dagelijkse kost waren voor de dorpen.

De wat betere gespecialiseerde genezers, onderzoekers, smeden, timmerlieden, meubelmakers en zo voort.

Deze specialisatie ging door tot er een soort van universiteit ontstond die alles onderzocht op het nuttig zijn voor de gehele samenleving.

En wat ook maar de kleinste schade kon aanrichten aan de samenleving en verboden moest worden.

Tevens ontstond er een soort van bodedienst tussen de diverse dorpen en steden.

Deze was speciaal voor het overbrengen van de gewenste zaken naar het andere dorp of stad.

Het was tevens handig in geval van het mislukken van de oogst of in geval van overstroming.

Ook de specialisaties op de diverse gebieden werden uitgewisseld en de kennis gedeeld. En weer verder gedeeld met de volgende steden of dorpen.

En dat alles zonder dat er een vorm van regering of overheid aanwezig was.

Hele landstreken werden zo bevolkt.

En het leven in die gebieden was ontspannen en in evenwicht met de natuur.

De mensen waren zich bewust van hun verantwoordelijkheden ten opzichte van hun medemensen en de hun omringende natuur.

Zij namen die verantwoordelijkheid zeer bewust en letten ook sterk op dat zij niets deden dat dat evenwicht kon verstoren.

Indien nodig spraken zij anderen aan op deze verantwoordelijkheid.

In een veel later stadium ontstond er een soort van rechtspraak. Die kwam een maal per jaar langs en als er recht gesproken moest worden werden de omstanders van de daad net zo hard gestraft als de dader(s). verder was er een soort van kermis om te vieren dat er niet behoefde te worden gestraft.

De samenstelling van de antieke maatschappij.

Voor er sprake was van religies of regeringen en alles wat daar bij behoort, was er ook een maatschappij die zich goed wist te handhaven.

Laat ik beginnen bij het begin.

Als eerste woonvorm was er een soort van dorp waarbinnen een aantal individuen samen waren gekomen. Hierin was iedereen gelijk. Er was dus geen leid(st)er of hoofdfiguur die de lakens uitdeelde.

Dus geen patriarchaat of matriarchaat in wat voor vorm dan ook. Als er iets moest gebeuren wat iedereen aanging dan werd dat ook in samenwerking gedaan of overlegd.

Zelfs de kinderen deden, in hun capaciteiten, mee.

Ieder deed waar hij of zij goed in was en nuttig was voor de leefgemeenschap.

De een hielp met het zware werk zoals ploegen, houthakken, huizen bouwen en oogsten.

De ander was weer goed in het jagen, wide dieren vangen en temmen.

Weer anderen deden het zaaien, helpen bij het uitzoeken van nuttige kruiden voor het eten, gezondheid enzovoorts.

Vaak waren er diverse specialisaties in een persoon verenigd.

Men ging er gevoelsmatig vanuit dat iemand goed was in datgene wat automatisch door hem of haar werd opgepakt.

De gehele samenleving was gebaseerd op de eigen verantwoordelijkheid en de ongeschreven regeltjes die daar uit voortvloeiden.

Deze regeltjes waren niet zo rigide als de huidige regels die opgeschreven staan.

De mens kon de verantwoordelijkheid ook niet afschuiven of afwijzen.

Men was en bleef zelf verantwoordelijk voor datgene wat men al dan niet deed of liet.

Dat hield onder andere in dat als men iets zag dat iemand een ander direct of indirect schade berokkende en er niets tegen deed om het te stoppen of te voorkomen, men net zo schuldig was als de dader. Als er een dader was.

Als je zag dat er een overstroming dreigde en deze door een simpele handeling te voorkomen was, het volkomen normaal was dat men dat ook deed en zo niet, was men schuldig aan de schade van de ander(en).

Zijn wij slaven of vrije mensen?

Wij worden aan alle kanten gebombardeerd met gegevens dat wij niet genoeg geld hebben of niet genoeg durven te lenen voor alle beschikbare, onnodige, luxe artikelen.

Dat wordt in een wijze gebracht dat wij ons schuldig moeten voelen als wij al die luxe niet hebben of kopen.

Dat door alle reclame en andere artikelen in de media en het commentaar in onze directe omgeving.

Wat laten we via dit gedrag eigenlijk zien?

Is het niet zo dat we laten zien wat een goede slaven we zijn?

Want we kopen toch wat ons wordt opgedrongen via de reclame?

Is het niet zo dat we de luxe artikelen gebruiken om te tonen wat voor goede volgers of slaven van het systeem we zijn?

Wat bij ons ook goed werkt is een afgunstig gevoel opwekken op mensen die dat soort artikelen wel (kunnen) kopen/aanschaffen.

Dat wordt door allerhande media bij ons ingeprent.

We moeten jaloers zijn op de rijken en minachtend neerzien op mensen die minder hebben dan wij.

Waarbij de reden van het minder hebben niet belangrijk is. Dat zijn degene die het niet de waard zijn om mee om te gaan.

Voorgaande zinnen zijn helaas werkelijkheid in onze huidige maatschappij.

Wat als het ons overkomt en we er niets aan kunnen doen?

Gaan we dan in een hoekje zitten huilen en simmen?

En hoe gaan we om met mensen die heel bewust dit soort zaken links laten liggen en hun eigen leven op hun eigen manier leven.

Zonder al die onnodige luxe prullen.

Wat zijn eigenlijk onnodige luxe prullen?

U heeft er misschien wel meer dan u beseft.

Een platte tv met achterlicht, een nieuwere auto met led verlichting en ingebouwde navigatie.

En wat te denken van een elektrische fiets, een ipod, de nieuwste tab en zo voort en zo voort.

Is die nieuwe airco wel nodig? Want wat is er verkeerd aan een ouderwetse verwarming en ventilator?

En begin nu niet met de climaathoax want die is allang achterhaald.

Zoals belooft hierbij mijn eerste visie op onze maatschappij.

De ideale maatschappij is voor mij een vorm die gebaseerd is op de verantwoordelijkheid van elk mens zelf voor zijn directe omgeving. Zoals die van alle levende wezens met hun onderlinge contacten. Respect naar alles en iedereen wat er zich binnen jouw levensruimte leeft en bevindt. Of je dat ding of situatie of die persoon nou mag of niet doet niet ter zake. Jij bent en blijft verantwoordelijk voor wat van jou uitgaat en hoe je iets of iemand anders benaderd.

In de huidige maatschappij schuiven heel veel mensen hun verantwoordelijkheid maar wat makkelijk af naar allerhande instituties. En dat met als motivatie dat die instituties daar toch voor zijn. Een zwakker excuus heb ik nog nooit gehoord. Of je jouw verantwoording, die alleen van jou is, aan een ander kan geven, zoals een fiets of een auto.

Dat gaat voor een groot deel ook op voor jouw stem bij het stemmen. Als die partij niet doet wat jij wilt dat er gebeurt stem er dan niet op en stem op een andere partij of stem niet als je jouw macht niet meer weg wilt geven.

Ook in het dagelijkse leven is een keuze soms van groot belang.

Denk hierbij aan: in welke winkel ga ik nu eens mijn boodschappen doen. En heb ik deze artikelen wel nodig? Moet ik wel in de auto naar die bestemming of kan ik dat beter met de fiets doen. En dan niet om de centen maar voor mijn gezondheid.

Ik zelf heb gemerkt dat een beslissing nemen soms heel moeilijk kan zijn, met name als het gaat om wat de ander wel niet van mij kan denken. Nu ben ik zover dat dat me niets meer kan schelen.

Het gaat niet om wat de ander denkt te verstaan, maar wat ik laat zien of zeg. Wat ik zeg, denk, doe of versta is mijn verantwoordelijkheid en niet die van de ander. Is het niet duidelijk kan ik altijd om verduidelijking vragen.

Tot de volgende aflevering

Tot zover een inzicht in het handboek voor de energetische praktijk. Voor verdere gegevens en technieken zult u het boek moeten kopen bij mijn uitgever. Dat kan, zoals al mijn boeken, direct bij de uitgever http://www.conferent.nl/ of bol.com of de reguliere boekenhandel.

Ik ga me nu meer richten op de wereld om me heen en mijn visie daarop. Waarbij ik het niet zal schuwen om de naam of namen die daarbij horen te vermelden.

Ik hoop dat u niet zult reageren want dan moet ik weer aan allerhande regels voldoen en daar heb ik de pest aan. Regels zijn om gebroken of overtreden te zijn. Daarom zijn ze ontworpen.

Tot lezens.