pensioen

Het is een tijd gelegen dat ik een column heb geschreven.

Nu wil ik het hebben over de economie en de rol van de pensioenpotten daarin zoals wij die kennen en hoe deze is opgebouwd.

Dus wie hebben er aan mee betaald en wie niet. In het kort: wie er recht op hebben en wie niet.

Laat ik beginnen met een overzicht hoe het is opgebouwd:

we hebben de AOW of te wel de Algemene Ouderen Wet; dat is een omslagsysteem.

Dat betaalt het nu uit de verplichte bijdragen van de werkenden.

Het is ingesteld door W.Drees in de jaren ‘40 of ‘50 om de ouderen te laten genieten van hun rust na een leven van vaak ongelofelijk hard werken.

Daarna ontstond er later het begrip pensioen; dat was ‘vrijwillig’ door de werkenden bijeengespaard in de loop der jaren door een bepaald deel van hun loon/salaris in te leveren voor na een bepaalde leeftijd (65 jaar) en een leven van vaak ook keihard werken. Dit is dus van de spaarders!

Eerst was er de regeling dat men na 40 werkende (en betalende) jaren met werken kon stoppen, omdat dan het maximum aan persoonlijkpensioengeld was bereikt. Die werd later weer ingetrokken omdat er mensen waren die met hun veertiende begonnen te werken en betalen. Er werd een drempel ingebracht door het betalen pas in te laten gaan met de leeftijd van 23 jaar of nog later. Nog later werden er allerhande variaties ingesteld zoals de VUT, het FLO en zo voort.

In de economie heb je diverse soorten van deelnemers aan deze economie.

– Als eerste iedereen die werkt en geacht wordt te produceren

– de tweede waren degenen waarin geïnvesteerd werd of te wel de jeugd en latere werkenden.

– De derde en eigenlijk de perfecte deelnemers aan de economie zijn die gene die niet (meer) werken en waarin niet in geïnvesteerd wordt, dus de werkelozen, andere uitkeringsgenietenden en gepensioneerden.

De laatste groepen consumeren alleen maar, dus die leveren winst en omzet op.

Het mag duidelijk zijn dat de pensioengelden van de deelnemers aan de pensioenfondsen en verzekeringen is en niet van wat voor instantie dan ook. De besturen van de fondsen en verzekeringen horen voor hun deelnemers te beslissen, in overleg met diezelfde deelnemers, hoe en wat te doen met de ingelegde gelden en niets of niemand anders. Zolang men aan de aangegane verplichtingen kan voldoen mag niemand zich daar mee bemoeien.

Allerhande trucs en andere achterafweggetjes zijn bedacht om aan die snel groeiende hoeveelheid geld te kunnen komen ten eigen bate.

Een aantal keren is dat gelukt. Gedacht kan worden aan de graai van de overheid in de pensioenpot van ongeveer 35 MILJARD gulden die plotseling was verdwenen uit de pensioenpot.

Nu probeert men ons voor te rekenen dat de pensioenpot niet in staat is om zijn verplichtingen na te komen via een volkomen fictieve (zelf bedachte) rekenrente, nu en in de toekomst.

Laten we ons gek maken of zoeken we het zelf uit hoe het zit met die dekking?

Ik heb het voor mijzelf uitgezocht u ook?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *